Tabula Cerata

Wastafels, Schrijftafels als bijzondere notitieboekjes Tabula Cerata Wastafels of Schrijftafels als bijzondere notitieboekjes Sinds de vroege Oudheid heeft de mens […]

Tabula Cerata

Sinds de vroege Oudheid heeft de mens geschreven op wastafels, ook wel schrijftafels genoemd. De oudst bekende tabletten zijn afkomstig uit Nimrud, Assyrië. (879 v. Chr.) Zij bevatten astrologische teksten in het zogenoemde spijkerschrift. Grieken en Romeinen maakten er ook volop gebruik van en in West-Europa bleef de wastafel de gehele Middeleeuwen door in gebruik tot in de XVIe eeuw. Er zijn veel verwijzingen in de literatuur naar deze schrijftafels maar ook komen we diverse afbeeldingen tegen van schrijvers die zo’n wastafel gebruikten. Niet alleen schrijvers maar ook de middeleeuwse verluchter en zijn leerlingen maakten gebruik van de “tabula” om schetsen te maken bijvoorbeeld. De wastafel leeft ook vandaag nog steeds voort in onze taal, de term “tabula rasa” stamt uit de tijd van de Romeinen en het gebruik van wastafels. Het betekent “glad geschraapte tafel” en wordt als uitdrukking gebruikt voor “met een schone lei beginnen”. 

Bron: S. Brentführer/Landschaftsverband Westfalen-Lippe (LWL))

Je kunt wel zeggen dat de wastafel algemeen schrijfmateriaal was voor het dagelijks schriftverkeer zoals brieven, rekeningen, schoolwerk e.d. Ze waren meestal van hout, soms van ivoor. Het plankje was verdiept: de groef binnen de randen werd gevuld met was. In de zachte was werd geschreven met een stilus, een metalen stift die aan een uiteinde verbreed was om het geschrevene te kunnen wissen. Vaak bond men twee, drie of meer wastafels aan elkaar, er ontstond dan een soort boek. Op die manier kon de tekst aan de binnenkant onaangetast bewaard en vervoerd kon worden. Het wastafeltje is de voorloper van de lei en werd vooral in de late middeleeuwen veelvuldig gebruikt in het onderwijs. Op sommige plaatsen in Europa bleef men tot in de 19eeeuw wastafels gebruiken voor het rekeningen.

Codex Manesse, UB Heidelberg, Cod. Pal. germ. 848, fol. 66v. Source=http://digi.ub.uni-heidelberg.de/digli

De meeste plankjes waren rechthoekig en sommigen waren van boven afgerond. De grootte varieerde maar de meesten waren zo ongeveer 30 x 20 cm. Veel kleiner waren de luxe modellen die van ivoor waren gemaakt. Het hout varieerde van buxus-, ceder-, plataan- eik en vele andere houtsoorten. Het hout werd meestal niet beschilderd met de een of andere kleur. Er werd zelfs een verbod uitgevaardigd in 1333 door de Proost van Parijs om geen andere kleur te gebruiken dan die van het houten materiaal zelf. Het hout werd niet beschilderd maar wel bewerkt en zeker de wastafels van metaal en ivoor. 

In de Middeleeuwen was er een speciaal beroep van wastafel-makers de zogenaamde ‘tabletiers’. Zij worden onder andere genoemd in het boek van Etienne Boileau: “Le livre de métiers”. (1) De kleine wastafels van ivoor of van zilver werden door de goudsmeden vervaardigd. In Parijs werd hun vak werd ook onderworpen aan regels zoals bij andere gilden het geval was, ook kenden ze daarbij het onderscheid tussen meester en leerling. Hun schutspatronen waren Saint-Éloi en Saint-Leonard en op de gedenkdagen voor  beide heiligen waren ze natuurlijk een dagje vrij.

tablet 400 / 600 (5e eeuw n.Chr.; 6e eeuw n.Chr.)
Plaats van vervaardiging: Egypte
Louvre Afdeling Byzantijnse Kunst en Christendom in het Oosten.

De was waarop  men schreef was vaak donker, zwart van kleur maar zeker niet altijd. Elisabeth Lalou (2) schrijft in haar artikel over wastafels dat er meerdere kleuren was werden gebruikt. Die veelheid van kleuren vind je terug volgens haar, in de afbeeldingen van wastafels in de miniaturen. Daar zien we naast zwarte ook groene, rode en gele afbeeldingen van wastafels. De was werd o.a. gemaakt van terpentijnhars, lijnolie en bijenwas aangevuld met roet.

Rekeningen van het hof van Lodewijk IX: wastabletten van zijn kamerheer Jean Sarrazin
Het gebruik van wastabletten, dat uit de Oudheid stamt, was in de 13e eeuw nog steeds gangbaar. Zo legde de kamerheer van de koning, Jean Sarrazin, hierop de uitgaven van het hof van Lodewijk IX vast; er zijn gegevens bewaard gebleven van twee jaren, 1256 en 1257. Het gaat om stukken van uitzonderlijke zeldzaamheid, aangezien deze tabletten, die in registers werden overgeschreven, bedoeld waren om hergebruikt te worden en dus regelmatig werden gewist. Er bestaan slechts zeven vergelijkbare voorbeelden, maar die dateren allemaal van na dit exemplaar.
De tabletten van Jean Sarrazin vormen een soort overzicht van de rekeningen die de koning had bij de Tempeliers, waar zijn schat was ondergebracht.
Bron: Paris, Archives Nationales, AE II 258 (ancien J 1168), Trésor des Chartres

Geschreven werd er met een zogenaamde stylus, gemaakt van hout, been, metaal of zilver. De stylus was aan één kant scherp om mee te schrijven en aan de andere kant plat om het geschrevene uit te vegen.

Voorbeelden van middeleeuwse stili1of schrijfstiften. Twee grote schrijfstiften gemaakt van ijzer, een kleinere messing stilus en de kleinste stilus is gemaakt van been. Bron: Wikipedia

Zoals al eerder vermeld werden er diverse wastafels aan elkaar verbonden tot een codex-vorm, zeg maar onze boekvorm. Het boek werd genaaid met reepjes perkament en ook nog eens beplakt op de rug met perkament.

Deze afbeelding is een miniatuur uit de 15e eeuw, afkomstig uit het .Het toont twee jongens die naar school worden gebracht door een meesteres, herkenbaar aan het schrijftablet en de schrijfwaren aan haar riem.De kinderen dragen tassen en houden schrijfplankjes vast, wat wijst op de middeleeuwse onderwijspraktijk. Bron: Livre des Vices et des Vertus (BnF, Français 20320, fol. 177v)

In het artikel dat ik heb gebruikt van Elisabeth Lalou gaat het vooral om gebruik van wastafels in het middeleeuwse Frankrijk. Maar het gebruik was veel breder natuurlijk en in de meeste Europese landen werd geschreven op wastafels. 

De Ruusbroec-miniatuur in het handschrift K.B. Brussel, 19.295-97. In deze gestileerde voorstelling zien wij een monnik (links) die Ruusbroec zal voorstellen met in zijn linkerhand een wastafeltje en in zijn rechterhand een griffel, bezig met het schrijven van een tekst. Hiertoe lijkt hij geïnspireerd te worden door de Heilige Geest, die in de symbolische gedaante van een (witte) duif rondvliegt. Rechts zien wij hoe een andere monnik, een kopiist, gezeten aan een schrijftafel, de tekst van een wastafel kopieert op een vel perkament. Aan hun beider voeten ligt het eindproduct: een codex, het met de hand geschreven middeleeuwse boek met een publieke functie.

Niet alleen leerlingen maakten gebruik van de wastafels om te leren schrijven maar het gebruik was heel breed in de samenleving. Prinsen, klerken, administratief personeel, en handelaren maakten er gebruik van, zelfs koninklijke rekeningen zijn geschreven in was. Bijzonder zijn ook de wastafels met stedelijke rekeningen zoals die van Leipzig, Neurenberg en Senlis.

Een bijzonder voorbeeld van Nederlandse bodem is het zogenaamde schrijfplankje van Tolsum. Het bleek een Romeins schrijfplankje te zijn waarop de aankoop van een slaaf is vastgelegd en dat in 1914 werd gevonden. (3)

De vijf wastafels van ivoor zijn met elkaar verbonden door een metalen spil, die in het midden van het bovenste deel is geplaatst. Alleen de bovenste en onderste bladen, die dikker zijn, zijn aan de buitenkant versierd met reliëf; de andere kant is voorzien van een kuiltje voor de was, omgeven door een platte rand. De binnenste bladen hebben aan beide kanten een kuiltje voor de was.

Niet te vergeten is ook het artistieke gebruik door de verluchters van miniaturen.  De wastafels waren onmisbare hulpmiddelen in de ateliers van middeleeuwse miniatuurschilders en schrijvers; ze dienden voornamelijk als leermiddel, schetsboek en herbruikbaar kladpapier. Vanwege de hoge kosten van perkament kon de miniatuurschilder het zich niet veroorloven om een dierenhuid te verspillen aan proefjes of fouten.

Samengevat kunnen we stellen dat het gebruik van de wastafel een lange tijd heeft geduurd. Als drager van het schrift overtreft de wastafel in duurte, papyrus, perkament en het papier. En de drager werd vooral gebruikt voor de meer ‘gewone’ teksten zoals aantekeningen of rekeningen etc. De meer bijzondere teksten werden geschreven op papyrus, perkament of papier.

(1)  Het boek „Livre des métiers”, dat rond 1268 tijdens het bewind van Lodewijk IX werd opgesteld door Étienne Boileau, provoost van Parijs, is de eerste grote verzameling voorschriften over de Parijse ambachten.

(2) Elisabeth Lalou: Les Tablettes De Cire Médiévales

(3( Historiek: Schrijfplankje van Tolsum (en de aankoop van een slaaf). 

Italiaans: Pompeii, Huis van Terentius Neo

Brown, Michelle P. “THE ROLE OF THE WAX TABLET IN MEDIEVAL LITERACY: A RECONSIDERATION IN LIGHT OF A RECENT FIND FROM YORK.” The British Library Journal, vol. 20, no. 1, 1994, pp. 1–16.

Les tablettes à écrire de l’Antiquité à l’époque moderne, E. Lalou, dir., Turnhout, Brepols, 1992 (Bibliologia, 12).

Lalou Élisabeth, « Les tablettes de cire médiévales » Bibliothèque de l’École des chartes, 147, 1989, p 123-140

Bull Reinhard, Moser Ernst, Kuhn Hermann, « Wachs als Beschreib- und Siegelstoff, Wachsschreibtafeln und ihre Verwendung », dans Vom Wachs-Hoechster, Beiträge zur Kenntnis der Wachse, Frankfurt, 1968, p. 785-894.

Lalou Élisabeth, Les comptes sur tablettes de cire de la chambre aux deniers de Philippe III le Hardi et Philippe IV le Bel (1282-1309), sous la direction de Robert-Henri Bautier, Paris, 1994

M.H. Smith: De la cire au papyrus, de la cire au papier: deux mutations de l’écriture? Gazette du livre médiéval  Année 2003  43  pp. 1-13

Historiek: Schrijfplankje van Tolsum (en de aankoop van een slaaf)


Het schrijfplankje van Tolsum. Bron: Fries Museum.